Art. 4 Richtlijn 87/22/EEG
1. Wanneer het Comité punten worden voorgelegd die met een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen verband houden, brengt het dertig dagen vóór het verstrijken van de, naar gelang van het geval, in artikel 7 van Richtlijn 65/65/EEG, in artikel 4, onder c), van Richtlijn 75/319/EEG of in artikel 8 en in artikel 9, punt 3, van Richtlijn 81/851/EEG bedoelde termijnen advies uit. Te dien einde stelt de Lid-Staat die het punt aan het Comité heeft voorgelegd, het Comité onverwijld van verlenging en van begin en einde van de opschorting van de betrokken termijnen in kennis.
2. Wanneer aan het Comité een ontwerp van schorsing of van intrekking van een vergunning wordt voorgelegd, stelt het de termijn voor uitbrenging van zijn met redenen omkleed advies vast aan de hand van de eisen die de bescherming van de volksgezondheid meebrengt. In geval van urgentie kunnen de Lid-Staten evenwel de betreffende vergunning voor het in de handel brengen zonder het advies van het Comité af te wachten schorsen, mits zij het Comité daarvan onverwijld in kennis stellen onder vermelding van de redenen van de schorsing en van de redenen die de urgentie van die maatregel rechtvaardigen.
3. Het Comité stelt de betrokken Lid-Staat en degene die voor het in de handel brengen verantwoordelijk is, onverwijld in kennis van zijn advies en in voorkomend geval van de afwijkende adviezen die in het Comité zijn uitgebracht.
4. De betrokken Lid-Staat spreekt zich over het aan het advies van het Comité te geven gevolg uit binnen een termijn die niet meer mag bedragen dan dertig dagen gerekend vanaf de ontvangst van de in lid 3 bedoelde kennisgeving. Hij stelt het Comité onverwijld van zijn besluit in kennis.