Art. 28 Richtlijn 86/635/EEG, Horizontaal schema
A. Lasten
1. Rente en soortgelijke lasten.
2. Betaalde provisie.
3. Verliezen op financiële transacties.
4. Algemene beheerskosten:
a) personeelskosten, met afzonderlijke vermelding van:
- lonen en salarissen,
- sociale lasten met afzonderlijke vermelding van pensioenlasten;
b) andere beheerskosten.
5. Waardecorrecties op de bestanddelen van de actiefposten 9 en 10.
6. Overige bedrijfslasten.
7. Waardecorrecties op vorderingen en voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen.
8. Waardecorrecties op effecten die tot de financiële vaste activa behoren, op deelnemingen en op aandelen in verbonden ondernemingen.
9. Belastingen op het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening.
10. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening, na belasting.
11. Buitengewone lasten.
12. Belasting op het buitengewoon resultaat.
13. Buitengewoon resultaat na belasting.
14. Overige belastingen welke niet onder de bovengenoemde posten zijn opgenomen.
15. Winst van het boekjaar.
B. Baten
1. Rentebaten en soortgelijke baten, met afzonderlijke vermelding van: baten uit vastrentende waardepapieren.
2. Opbrengsten uit waardepapieren:
a) opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren;
b) opbrengsten uit deelnemingen;
c) opbrengsten uit aandelen in verbonden ondernemingen.
3. Ontvangen provisie.
4. Winst uit financiële transacties.
5. Terugneming van waardecorrecties op vorderingen en van voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen.
6. Terugneming van waardecorrecties op effecten die tot de financiële vaste activa behoren, op deelnemingen en op aandelen in verbonden ondernemingen.
7. Overige bedrijfsopbrengsten.
8. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening, na belasting.
9. Buitengewone baten.
10. Buitengewoon resultaat na belasting.
11. Verlies van het boekjaar.