Art. 27 Richtlijn 86/635/EEG, Verticaal schema
1. Ontvangen rentebaten en soortgelijke baten, met afzonderlijke vermelding van:
interest uit vastrentende waardepapieren.
2. Rente en soortgelijke lasten.
3. Opbrengsten uit waardepapieren:
a) opbrengsten uit aandelen en andere niet- vastrentende waardepapieren;
b) opbrengsten uit deelnemingen;
c) opbrengsten uit aandelen in verbonden ondernemingen.
4. Ontvangen provisie.
5. Betaalde provisie.
6. Resultaat uit financiële transacties.
7. Overige bedrijfsopbrengsten.
8. Algemene beheerskosten:
a) personeelskosten, met afzonderlijke vermelding van:
- lonen en salarissen,
- sociale lasten met afzonderlijke vermelding van pensioenlasten;
b) andere beheerskosten.
9. Waardecorrecties op de bestanddelen van de actiefposten 9 en 10.
10. Overige bedrijfslasten.
11. Waardecorrecties op vorderingen en voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen.
12. Terugneming van waardecorrecties op vorderingen en van voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen.
13. Waardecorrecties op effecten die tot de financiële vaste activa behoren, op deelnemingen en op aandelen in verbonden ondernemingen.
14. Terugneming van waardecorrecties op effecten die tot de financiële vaste activa behoren, op deelnemingen en op aandelen in verbonden ondernemingen.
15. Belasting op het resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening.
16. Resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening, na belasting.
17. Buitengewone baten.
18. Buitengewone lasten.
19. Buitengewoon resultaat.
20. Belasting op het buitengewone resultaat.
21. Buitengezoon resultaat na belasting.
22. Belastingen, voor zover niet opgenomen onder de voorgaande posten.
23. Resultaat over het boekjaar.