Art. 19 Verordening (EEG) nr. 3821/85

Verordening (EEG) nr. 3821/85

1. De Lid-Staten stellen, na raadpleging van de Commissie, tijdig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening.

Deze bepalingen hebben onder andere betrekking op de organisatie, de procedure en de controlemiddelen, alsmede op de sancties die bij overtreding kunnen worden toegepast.

2. De Lid-Staten verlenen elkaar bijstand met het oog op de toepassing van deze verordening en de controle daarop.

3. In het kader van deze wederzijdse bijstand wisselen de bevoegde instanties van de Lid-Staten regelmatig de beschikbare informatie uit over:

- de overtredingen van de bepalingen van deze verordening door niet-ingezetenen en elke sanctie die zij voor deze overtredingen op hen hebben toegepast;

- de sancties die een Lid-Staat voor in een andere Lid-Staat begane overtredingen op zijn ingezetenen heeft toegepast.