Art. 17 Verordening (EEG) nr. 3820/85

Verordening (EEG) nr. 3820/85

1. De Lid-Staten stellen na raadpleging van de Commissie tijdig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening.

Deze bepalingen hebben onder meer betrekking op de organisatie, de procedure en de controlemiddelen, alsmede op de bij overtredingen toepasselijke sancties.

2. De Lid-Staten staan elkaar onderling bij met het oog op de toepassing van deze verordening en het toezicht daarop.

3. In het kader van deze onderlinge bijstand wisselen de bevoegde instanties van de Lid-Staten de beschikbare informatie uit over:

- de overtredingen van de bepalingen van deze verordening door niet-ingezetenen en de sancties die zij voor deze overtredingen op hen hebben toegepast;

- de sancties die een Lid-Staat voor in andere Lid-Staten begane overtredingen op zijn ingezetenen heeft toegepast.