Art. 31 Verordening (EEG) nr. 1999/85

Verordening (EEG) nr. 1999/85

1. De voor de toepassing van deze verordening, met uitzondering van de artikelen 16 en 23, noodzakelijke bepalingen worden vastgesteld volgens de in de leden 2 en 3 omschreven procedure.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de vast te stellen bepalingen. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan vaststellen naargelang van de urgentie van het vraagstuk. Het Comité spreekt zich uit met de in artikel 148, lid 2, van het Verdrag voorziene meerderheid van stemmen.

De Voorzitter neemt niet deel aan de stemming.

3. a) De Commissie stelt de beoogde bepalingen vast wanneer deze in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.

b) Wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité, of indien er geen advies is uitgebracht, legt de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel voor met betrekking tot de vast te stellen bepalingen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

c) Indien na het verstrijken van een termijn van drie maanden vanaf het voorleggen van het voorstel aan de Raad deze geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde bepalingen door de Commissie vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen