Art. 50 Richtlijn 85/611/EEG

Richtlijn 85/611/EEG

1. De in artikel 49 bedoelde autoriteiten van de Lid-Staten werken nauw samen bij de vervulling van hun taak en verstrekken elkaar uitsluitend met het oog daarop alle vereiste inlichtingen.

2. De Lid-Staten bepalen dat alle personen die werkzaam zijn of werkzaam zijn geweest bij de in artikel 49 bedoelde autoriteiten, aan het beroepsgeheim gebonden zijn. Dit houdt in dat de vertrouwelijke inlichtingen die zij beroepshalve ontvangen, aan geen enkele persoon of autoriteit bekend mogen worden gemaakt, tenzij dit krachtens wettelijk voorschrift geschiedt.

3. Lid 2 belet evenwel niet dat de in artikel 49 bedoelde autoriteiten van verschillende Lid-Staten de in deze richtlijn bedoelde mededelingen uitwisselen. Voor de aldus uitgewisselde inlichtingen geldt de geheimhoudingsplicht die in acht moet worden genomen door diegenen die werkzaam zijn of werkzaam zijn geweest bij de autoriteit die de inlichtingen ontvangt.

4. Onverminderd de gevallen die onder het strafrecht vallen, mag de in artikel 49 bedoelde autoriteit die de inlichtingen ontvangt, deze slechts gebruiken voor de uitoefening van haar taken en in het kader van administratieve beroepen of beroepen bij de rechter betreffende die uitoefening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen