Art. 49 Richtlijn 85/611/EEG
1. De Lid-Staten wijzen de autoriteiten aan die de in deze richtlijn vermelde taken moeten uitoefenen. Zij stellen de Commissie hiervan in kennis onder opgave van de eventuele verdeling van hun bevoegdheden.
2. De in lid 1 bedoelde autoriteiten moeten overheidslichamen of door de overheid aangewezen instanties zijn.
3. De autoriteiten van de Lid-Staat waar de icbe zich bevindt, zijn bevoegd ter zake van het toezicht op de icbe. De autoriteiten van de Staat waar een icbe overeenkomstig artikel 44 haar rechten van deelneming verhandelt, zien evenwel toe op de naleving van Afdeling VIII.
4. Om hun taak naar behoren te kunnen vervullen dienen de autoriteiten over alle nodige bevoegdheden en controlemogelijkheden te beschikken.