Art. 46 Richtlijn 85/611/EEG

Richtlijn 85/611/EEG

Indien een icbe voornemens is haar rechten van deelneming te verhandelen in een andere Lid-Staat dan die waar zij zich bevindt, moet zij de bevoegde autoriteiten en de autoriteiten van die andere Lid-Staat daarvan vooraf in kennis stellen. Aan laatstgenoemde autoriteiten moet zij tegelijkertijd de volgende stukken voorleggen:

-een verklaring van de bevoegde autoriteiten dat zij voldoet aan de voorwaarden van de onderhavige richtlijn,

-haar fondsreglement of statuten,

-haar prospectus,

-in voorkomend geval haar laatste jaarverslag en haar daaropvolgende halfjaarlijks verslag,

-gegevens over de beoogde wijze van verhandeling van haar rechten van deelneming in deze andere Lid-Staat.

De icbe kan twee maanden na deze mededeling overgaan tot de verhandeling van haar rechten van deelneming in deze andere Lid-Staat, tenzij de autoriteiten van de betrokken Lid-Staat vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden in een met redenen omkleed besluit constateren dat de beoogde wijze van verhandeling van rechten van deelneming niet in overeenstemming is met de in artikel 44, lid 1, en artikel 45 bedoelde bepalingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen