Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2950/83

Verordening (EEG) nr. 2950/83

1. Onverminderd de controles die door de Lid-Staten worden uitgeoefend, kan de Commissie verificaties ter plaatse uitvoeren.

2. De verificaties van de inhoud van een aanvraag om betaling kunnen via een representatieve steekproef worden verricht. De Commissie stelt het steekproefpercentage vóór het uitvoeren van de verificatie, in overleg met de betrokken Lid-Staat vast aan de hand van de materiële en technische omstandigheden van de desbetreffende actie. Indien de steekproef aanleiding geeft tot vermindering, wordt deze naar rato toegepast op het gehele bedrag waarvan de betaling is gevraagd, nadat de Lid-Staat zijn opmerkingen heeft kunnen maken. 3. De Lid-Staat ziet erop toe dat de Commissie toegang heeft tot de nodige informatie om inzicht te verkrijgen in de doelstellingen en de inhoud van de aanvragen, alsmede in het verloop, de financiering en de resultaten van de acties. De Lid-Staten houden de bewijsstukken voor de in artikel 5, leden 2 en 4, bedoelde bevestigingen ter beschikking van de Commissie.

4. De betrokken Lid-Staat biedt de Commissie de nodige hulp bij de verificatie. De Commissie doet de Lid-Staat tijdig mededeling van de verificatie. Vertegenwoordigers van de Lid-Staat mogen hieraan deelnemen.

5. Op verzoek van de Commissie worden de verificaties, indien de betrokken Lid-Staat hiermede instemt, uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staat. Vertegenwoordigers van de Commissie mogen hieraan deelnemen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen