Art. 5 Verordening (EEG) nr. 2950/83

Verordening (EEG) nr. 2950/83

1. Goedkeuring van een aanvraag om bijstand uit hoofde van artikel 3, lid 1, van Besluit 83/516/EEG brengt uitkering van een overschot van 50 % van de toegekende steun met zich mee op de voor de aanvang van de acties vastgestelde datum. Wanneer die datum ligt vóór de datum waarop het besluit tot goedkeuring wordt genomen, geschiedt de uitkering onmiddellijk na het besluit.

2. Goedkeuring van een aanvraag om bijstand uit hoofde van artikel 3, lid 2, van Besluit 83/516/EEG brengt, zelfs indien het om meerjarige activiteiten gaat, uitkering van een eerste voorschot ten bedrage van 30 % van de toegekende steun met zich mee. Een tweede voorschot van maximaal 30 % kan worden uitgekeerd zodra de betrokken Lid-Staat bevestigt dat de helft van de actie is uitgevoerd op de in het besluit tot goedkeuring bedoelde wijze.

3. Op een tijdig ingediend verzoek van de betrokken Lid-Staat wordt de uitkering van de in de leden 1 en 2 bedoelde voorschotten opgeschort.

4. De aanvragen om betaling van het saldo omvatten een gedetailleerd verslag over de inhoud, de resultaten en de financiële aspecten van de betrokken actie. De Lid-Staat bevestigt de feitelijke en boekhoudkundige juistheid van de in de betalingsaanvragen verstrekte gegevens.

5. Bij de indiening van een aanvraag om bijstand vermeldt de Lid-Staat aan wie de betalingen moeten worden gedaan en wijst hij de instelling aan ten behoeve waarvan de bijstand van het Fonds wordt gevraagd, voor het geval de betalingen niet aan deze instelling worden gedaan. De Commissie stelt alle betrokken partijen op de hoogte op het ogenblik dat een betaling wordt verricht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen