Art. 72 Verordening (EEG) nr. 918/83

Verordening (EEG) nr. 918/83

1. Voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling en verbetering van de maatschappelijke positie van andere lichamelijk of geestelijk gehandicapten dan blinden , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wanneer :

a) zij worden ingevoerd :

- hetzij door de gehandicapten zelf voor hun eigen gebruik ;

- hetzij door instellingen of organisaties wier voornaamste bezigheid het onderwijs aan of de begeleiding van gehandicapten is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren ,

en

b) er op dat tijdstip in de Gemeenschap geen gelijkwaardige voorwerpen worden vervaardigd .

Onder de voorwaarden neergelegd in uitvoeringsbepalingen die volgens de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure worden vastgesteld , kan echter van de sub b ) vermelde voorwaarde worden afgeweken , voor zover het verlenen van de vrijstelling geen schade kan veroorzaken voor de communautaire produktie van gelijkwaardige voorwerpen .

2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling is van toepassing op reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken , bestemd voor de betrokken voorwerpen , alsmede op gereedschap voor het onderhoud , de controle , het ijken of het herstellen van die voorwerpen , voor zover deze reserveonderdelen , onderdelen of hulpstukken of gereedschap tegelijkertijd met deze voorwerpen worden ingevoerd , of , indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd , herkenbaar zijn als bestemd voor voorwerpen die eerder met vrijstelling van rechten zijn ingevoerd of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen wanneer deze voor de bedoelde reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken en het bedoelde gereedschap wordt aangevraagd .

3. Voor de toepassing van het bepaalde in dit artikel :

- wordt de gelijkwaardigheid van de voorwerpen beoordeeld door de essentiële technische kenmerken die eigen zijn aan het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , te vergelijken met die van het overeenkomstige voorwerp dat in de Gemeenschap wordt vervaardigd , ten einde vast te stellen of dit laatste voor dezelfde doeleinden kan worden gebruikt als die waartoe het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , is bestemd en of het vergelijkbare diensten kan bewijzen ;

- wordt een voorwerp beschouwd als op dat tijdstip in de Gemeenschap te worden vervaardigd wanneer de leveringstermijn ervan op het ogenblik van bestelling , de handelsgebruiken in de desbetreffende produktiesector in aanmerking genomen , niet aanzienlijk langer is dan de leveringstermijn van het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling wordt ingdiend , of wanneer deze termijn laatstgenoemde leveringstermijn niet in die mate overschrijdt dat de bestemming of het gebruik waarvoor het voorwerp aanvankelijk was bedoeld , hierdoor sterk in het gedrang zou komen .