Art. 21 Verordening (EEG) nr. 3626/82

Verordening (EEG) nr. 3626/82

1. Volgens de procedure van lid 2 en lid 3

a) stelt het Comité het model vast van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde documenten , het model van de in artikel 12 bedoelde etiketten en de in artikel VI van de Overeenkomst bedoelde merktekens , loodjes en stempels ;

b) stelt het Comité uniforme voorwaarden vast voor het afgeven van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde documenten ;

c) stelt het Comité de beginselen vast met betrekking tot de geldigheid en het gebruik van het in artikel 11 , sub a ) , genoemde document en het toestaan van de in artikel 14 genoemde afwijkingen .

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de te treffen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk kan bepalen . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van 45 stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3. a ) De Commissie stelt de beoogde bepalingen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité ;

b) wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de te treffen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ;

c) indien de Raad drie maanden na indiening van het voorstel geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld .