Art. 4 Verordening (EEG) nr. 2057/82
Volgens de procedure bedoeld in artikel 13 kunnen uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor de toepassing van de artikelen 1 en 2, met name inzake:
a) de middelen voor identificatie van officieel aangestelde inspecteurs, van inspectievaartuigen of van andere soortgelijke hulpmiddelen die door een Lid-Saat voor inspectie kunnen worden gebruikt;
b) de door inspecteurs en kapiteins van vissersvaartuigen te volgen procedure wanneer een inspecteur aan boord van een vissersvaartuig wil gaan;
c) de door inspecteurs die aan boord van een vissersvaartuig zijn gegaan bij de inspectie van dat vaartuig, het vistuig of de vangsten te volgen procedure;
d) het door de inspecteurs na elke inspectie aan boord van een vissersvaartuig op te maken verslag, en
e) de merktekens en andere middelen voor identificatie van de vissersvaartuigen en het vistuig.