Art. 12 Verordening (EEG) nr. 2057/82

Verordening (EEG) nr. 2057/82

1. De Lid-Staten verstrekken de Commissie desgevraagd alle inlichtingen omtrent de toepassing van deze verordening. Wanneer de Commissie om inlichtingen vraagt, stelt zij een termijn vast waarbinnen de inlichtingen moeten worden verstrekt.

2. Indien de Commissie van oordeel is dat onregelmatigheden zijn voorgekomen bij de toepassing van deze verordening, brengt zij dit ter kennis van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten, die daarop een administratief onderzoek instelt of instellen waaraan functionarissen van de Commissie kunnen deelnemen. De Commissie wordt door de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten op de hoogte gehouden van de voortgang en de resultaten van het onderzoek.

3. Ten einde de naleving van deze verordening door de Lid-Staten te garanderen, kan de Commissie de toepassing ervan ter plaatse controleren in samenwerking met de bevoegde nationale instanties.

4. a) Te dien einde kunnen de door de Commissie gemachtigde ambtenaren, voor zover de Commissie zulks nodig acht, de inspectiewerkzaamheden van de nationale instanties bijwonen. De Commissie brengt passende contacten met de Lid-Staten tot stand, ten einde voor zover mogelijk een wederzijds aanvaardbaar inspectieprogramma op te stellen. De Lid-Staten werken met de Commissie samen om haar de uitoefening van haar taak te vergemakkelijken. Wanneer het inspecties ter zee of vanuit de lucht betreft, behouden de autoriteiten van de Lid-Staat evenwel, in naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de bevoegde nationale instanties andere prioritaire taken dienen uit te voeren die met name betrekking hebben op de defensie, de veiligheid of de douanecontrole, het recht de inspectiewerkzaamheden die de Commssie wenst bij te wonen, uit te stellen of anders te richten: in dergelijke gevallen werkt de betrokken Lid-Staat met de Commissie samen om alternatieve regelingen te treffen.

b) Ingeval van inspecties ter zee of inspecties vanuit de lucht is alleen de gezagvoerder van het vaartuig of het vliegtuig verantwoordelijk voor de inspectiewerkzaamheden, met inachtneming van de verplichting van zijn autoriteiten om deze verordening toe te passen. De door de Commissie gemachtigde ambtenaren die aan deze inspectiewerkzaamheden deelnemen, voegen zich naar de door de gezagvoerder vastgestelde regels en gebruiken.

c) In geen geval, ongeacht of het inspecties ter zee, vanuit de lucht of te land betreft, hebben de door de Commissie gemachtigde ambtenaren het recht controles op particuliere personen uit te voeren, maar vergezellen zij de nationale inspecteurs, die te allen tijde verantwoordelijk blijven voor de verrichte inspectiewerkzaamheden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen