Art. 9 Richtlijn 80/778/EEG
1. De Lid-Staten kunnen van deze richtlijn afwijken ten einde rekening te houden met :
a) situaties met betrekking tot de natuurlijke staat en de structuur van de bodem van het gebied waarvan de betreffende voorzieningsbron afhankelijk is .
Wanneer een Lid-Staat tot een dergelijke afwijking besluit , geeft hij binnen twee maanden na het nemen van zijn besluit , onder opgave van de redenen van de afwijking , hiervan kennis aan de Commissie ;
b) situaties met betrekking tot uitzonderlijke weerkundige omstandigheden .
Wanneer een Lid-Staat tot een dergelijke afwijking besluit , geeft hij binnen 15 dagen na het nemen van zijn besluit , onder opgave van de redenen en van de duur van de afwijking , hiervan kennis aan de Commissie .
2. De Lid-Staten geven de Commissie slechts dan kennis van de in lid 1 bedoelde afwijkingen , indien deze betrekking hebben op een watervoorziening van ten minste 1 000 m³ per dag of op een bevolking van ten minste 5 000 personen .
3. De afwijkingen waartoe krachtens dit artikel wordt besloten , mogen in geen geval de toxische en microbiologische factoren betreffen , noch gevaar opleveren voor de volksgezondheid .