Art. 5
1. De Lid-Staten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit, wanneer de aanwezigheid van varkenspest officieel wordt bevestigd, ter aanvulling van de in artikel 4, lid 1, genoemde maatregelen, beveelt: - alle varkens op het bedrijf onverwijld onder officieel toezicht af te maken, op zodanige wijze dat alle gevaar voor verspreiding van het varkenspestvirus zowel tijdens het vervoer als tijdens het afmaken voorkomen wordt;
- voornoemde varkens na het afmaken onder officieel toezicht te vernietigen, op zodanige wijze dat alle gevaar voor verspreiding van het varkenspestvirus voorkomen wordt;
- het vlees van varkens die in het tijdvak tussen de vermoedelijke insleep van de ziekte in het bedrijf en de toepassing van de officiële maatregelen geslacht werden, zo veel mogelijk onder officieel toezicht op te sporen en te vernietigen, op zodanige wijze dat alle gevaar voor verspreiding van het varkenspestvirus voorkomen wordt;
- de kadavers van op het bedrijf gestorven varkens onder officieel toezicht op zodanige wijze te vernietigen dat alle gevaar voor verspreiding van het varkenspestvirus voorkomen wordt;
- alle stoffen of afvallen die mogelijk besmet zijn, zoals diervoeders, aan een behandeling te onderwerpen die de vernietiging van het eventueel aanwezige pestvirus waarborgt ; deze behandeling moet volgens de aanwijzingen van de officiële dierenarts worden uitgevoerd;
- na de opruiming van de varkens, de varkensstallen en de voertuigen waarmee de varkens vervoerd zijn, en alle materieel dat mogelijk besmet is, te reinigen en te ontsmetten overeenkomstig artikel 10;
- ten vroegste vijftien dagen na beëindiging van de overeenkomstig artikel 10 uitgevoerde reinigingsen ontsmettingswerkzaamheden opnieuw varkens in het bedrijf toe te laten;
- een epidemiologisch onderzoek overeenkomstig de artikelen 7 en 8 uit te voeren.
2. De Lid-Staten mogen, in afwijking van lid 1, eerste en tweede streepje, toestaan dat niet-besmette en niet van besmetting verdachte varkens, afkomstig van het betrokken bedrijf, onder permanent veterinair toezicht rechtstreeks naar gespecialiseerde inrichtingen worden vervoerd, op voorwaarde dat: - deze dieren onverwijld worden geslacht;
- het vlees afkomstig van deze dieren een warmtebehandeling ondergaat waardoor het varkenspestvirus wordt vernietigd en dat alle voorzorgsmaatregelen worden getroffen om herbesmetting van de aldus verkregen produkten te voorkomen, met dien verstande dat deze produkten niet tot het intracommunautaire handelsverkeer mogen worden toegelaten.