Art. 2
In deze richtlijn wordt verstaan onder: a) bedrijf : op het grondgebied van een Lid-Staat gelegen landbouw- of ander bedrijf waarin varkens worden gehouden of gefokt;
b) fokvarken : varken, bestemd voor de fokkerij of daartoe gebruikt ter vermeerdering van de soort;
c) mestvarken : varken dat wordt gemest en dat, na te zijn afgemest, bestemd is om met het oog op de vleesproduktie te worden geslacht;
d) slachtvarken : varken dat slachtrijp is en zonder onnodig uitstel in een slachthuis zal worden geslacht;
e) van varkenspest verdacht varken : ieder varken dat klinische symptomen of na het slachten pathologisch anatomische afwijkingen of reacties op de overeenkomstig artikel 11 uitgevoerde laboratoriumproeven vertoont die wijzen op de mogelijke aanwezigheid van varkenspest;
f) door varkenspest aangetast varken : ieder varken: - waarop klinische symptomen of na het slachten pathologisch anatomische afwijkingen van varkenspest officieel werden vastgesteld of (1)PB nr. C 127 van 21.5.1979, blz. 90. (2)PB nr. C 227 van 10.9.1979, blz. 19.
- waarop de aanwezigheid van deze ziekte officieel werd vastgesteld na een overeenkomstig artikel 11 verrichte laboratoriumproef;
g) officiële dierenarts : de door de bevoegde centrale instantie van de Lid-Staat aangewezen dierenarts;
h) keukenafvallen : afvallen uit keukens, restauraties of vleesverwerkende bedrijven.