Art. 9
1. De Lid-Staten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit, zodra officieel de diagnose van varkenspest gesteld is, om het besmette bedrijf een beschermingsgebied met een straal van minstens 2 km afbakent.
2. a) In het beschermingsgebied gelden de volgende maatregelen: - verplaatsing van varkens over openbare of particuliere wegen is verboden behoudens in het geval van doorvoer door het gebied;
- de varkens mogen slechts buiten het bedrijf worden gebracht waarop ze zich bevinden, wanneer zij onder officieel toezicht rechtstreeks naar een slachthuis worden gebracht om er onmiddellijk te worden geslacht. Voor deze verplaatsing wordt door de bevoegde autoriteit slechts vergunning gegeven, nadat uit een onderzoek van alle varkens van het bedrijf door de officiële dierenarts gebleken is dat er geen van varkenspest verdachte varkens aanwezig zijn;
- ambulante dekdienst is verboden;
- markten, tentoonstellingen of andere gelegenheden waarbij varkens worden bijeengebracht, met inbegrip van het ophalen en de verkoop van varkens door handelaars, zijn verboden.
b) De maatregelen in het beschermingsgebied blijven minstens vijftien dagen van kracht na de opruiming van alle varkens van het bedrijf of van de in artikel 6, lid 1, bedoelde produktie-eenheid waarin zich door varkenspest aangetaste dieren bevonden en nadat de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden overeenkomstig artikel 10 er werden uitgevoerd.
3. Wanneer de in lid 2, sub a), genoemde verbodsmaatregelen wegens nieuwe ziektegevallen langer dan de voorgeschreven vijftien dagen worden gehandhaafd en daaruit problemen voor de huisvesting van de varkens voortvloeien, om redenen in verband met de dierenbescherming, kan de bevoegde autoriteit op een met redenen omkleed verzoek van de eigenaar vergunning geven de mestvarkens buiten een in het beschermingsgebied gelegen bedrijf te brengen, op voorwaarde dat: a) de officiële dierenarts vastgesteld heeft dat de aangevoerde redenen juist zijn;
b) de varkens onderzocht zijn, gezond verklaard zijn en zonder in aanraking te komen met andere dieren rechtstreeks naar het bedrijf van bestemming worden vervoerd met transportmiddelen die vóór en na hun gebruik gereinigd en ontsmet zijn;
c) het bedrijf van bestemming ook in het beschermingsgebied of op minder dan 20 km daarvandaan ligt en over geschikte stalmogelijkheden beschikt;
d) het bedrijf van bestemming bij de aankomst der varkens terstond onder officieel toezicht wordt gesteld om onmiddellijk iedere aanwijzing van varkenspest te ontdekken, de dieren te tellen en hun verplaatsingen na te gaan.
De bevoegde autoriteit kan tevens, onder de sub a) en sub b) bedoelde voorwaarden, toestaan dat binnen het beschermingsgebied fokvarkens van het ene bedrijf naar het andere worden overgebracht.
De sub d) bedoelde maatregelen van officieel toezicht blijven even lang van kracht als de maatregelen die overeenkomstig lid 2, sub b), gelden voor het beschermingsgebied waarin het bedrijf gelegen is waaruit de varkens werden verzonden.