Art. 1
1. Doel van deze richtlijn is het voorkomen van verontreiniging van het grondwater door stoffen die behoren tot de families en groepen van stoffen die worden vermeld in lijst I of II van de bijlage, hierna te noemen "stoffen van lijst I of II", en het zoveel mogelijk beperken of beëindigen van de gevolgen van de bestaande verontreiniging.
2. In deze richtlijn wordt verstaan onder: a) grondwater : al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met bodem of ondergrond staat;
b) directe lozing : de inleiding van stoffen van lijst I of II in het grondwater zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond;
c) indirecte lozing : de inleiding van stoffen van lijst I of II in het grondwater na doorsijpeling door bodem of ondergrond;
d) verontreiniging : het direct of indirect door de mens lozen van stoffen of energie in het grondwater, ten gevolge waarvan de gezondheid van de mens of de watervoorziening in gevaar wordt gebracht, het leveren en de ecosystemen in het water worden geschaad of andere vormen van rechtmatig gebruik van het water worden gehinderd.