Art. 4 Zesde Richtlijn 77/388/EEG
1. Als belastingplichtige wordt beschouwd ieder die , ongeacht op welke plaats , zelfstandig een van de in lid 2 omschreven economische activiteiten verricht , ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteit .
2. De in lid 1 bedoelde economische activiteiten omvatten alle werkzaamheden van een fabrikant , handelaar of dienstverrichter , met inbegrip van de winning van delfstoffen , de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmede gelijkgestelde beroepen . Als economische activiteit wordt onder andere beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen .
3. De Lid-Staten kunnen eveneens als belastingplichtige aanmerken ieder die incidenteel een handeling verricht die behoort tot de in lid 2 bedoelde activiteiten , met name een van de volgende handelingen :
a) de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorend terrein voor eerste ingebruikneming ; de Lid-Staten kunnen de voorwaarden voor de toepassing van dit criterium op de verbouwing van gebouwen , alsmede het begrip " erbij behorend terrein " bepalen .
De Lid-Staten kunnen andere criteria dan dat van eerste ingebruikneming toepassen , zoals het tijdvak dat verloopt tussen de datum van voltooiing van het gebouw en die van eerste levering , of het tijdvak tussen de datum van eerste ingebruikneming en die van uiteindelijke levering , mits deze tijdvakken niet langer duren dan onderscheidenlijk vijf en twee jaar .
Als gebouw wordt beschouwd ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden .
b) de levering van een bouwterrein .
Als bouwterreinen worden beschouwd de door de Lid-Staten als zodanig omschreven al dan niet bouwrip gemaakte terreinen .
4. De in lid 1 gebezigde term " zelfstandig " sluit van de belastingheffing loontrekkenden en andere personen uit , voor zover die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien vande arbeids - en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever .
Onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging , kan elke Lid-Staat personen die in het binnenland gevestigd zijn en die juridisch gezien wel zelfstandig zijn , doch financieel , economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn , te zamen als één belastingplichtige aanmerken .
5. De Staat , de regio's , de gewesten , de provincies , de gemeenten en de andere publiekrechtelijke lichamen worden niet als belastingplichtigen aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten , ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten , heffingen , bijdragen of retributies innen .
Wanneer deze lichamen evenwel zodanige werkzaamheden of handelingen verrichten , moeten zij daarvoor als belastingplichtige worden aangemerkt , indien een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentievervalsing van enige betekenis zou leiden .
Genoemde lichamen worden in elk geval beschouwd als belastingplichtig met name voor de in bijlage D genoemde werkzaamheden , voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn .
De Lid-Staten kunnen werkzaamheden van genoemde lichamen die zijn vrijgesteld uit hoofde van de artikelen 13 of 28 , beschouwen als werkzaamheden van de overheid .