Art. 35 Tweede Richtlijn 77/91/EEG
Wanneer volgens de wetgeving van een Lid-Staat volledige of gedeeltelijke aflossing van het geplaatste kapitaal zonder vermindering daarvan toegestaan is , moet worden voldaan aan ten minste de volgende voorwaarden :
a) wanneer de statuten of de oprichtingsakte in aflossing voorzien , moet daartoe worden besloten door de algemene vergadering die haar beslissing ten minste met inachtneming van de gewone voorschriften inzake quorum en meerderheid neemt . Wanneer de statuten of de oprichtingsakte niet voorzien in aflossing , moet de algemene vergadering daartoe besluiten , met inachtneming van ten minste de voorschriften inzake quorum en meerderheid van artikel 40 . Het besluit moet openbaar worden gemaakt op de in de wetgeving van de Lid-Staten voorgeschreven wijze overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 68/151/EEG ;
b) voor de aflossing mag alleen gebruik worden gemaakt van bedragen die uitgekeerd kunnen worden overeenkomstig artikel 15 , lid 1 ;
c) de aandeelhouders wier aandelen zijn afgelost , behouden hun rechten in de vennootschap , met uitzondering van het recht op terugbetaling van inbreng en op uitkering van dividend op niet-afgetoste aandelen .