Art. 7 Richtlijn 75/106/EEG

Richtlijn 75/106/EEG

1. Binnen achttien maanden na kennisgeving van deze richtlijn voeren de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in om aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis .

2. In afwijking van lid 1 mogen België , Ierland , Nederland en het Verenigd Koninkrijk de tenuitvoerlegging van deze richtlijn en van haar bijlagen uiterlijk tot en met 31 december 1979 uitstellen .

3. Gedurende de periode waarin de richtlijn in een Lid-Staat niet van toepassing is , maakt deze Lid-Staat de controlemaatregelen die betrekking hebben op de hoeveelheid die aanwezig is in de in deze richtlijn bedoelde en uit andere Lid-Staten afkomstige voorverpakkingen niet strenger dan deze zijn op de datum waarop de richtlijn wordt aangenomen .

4. Gedurende deze zelfde periode aanvaarden de Lid-Staten die de richtlijn ten uitvoer hebben gelegd , de voorverpakkingen die afkomstig zijn uit de Lid-Staten voor welke de in lid 2 bedoelde afwijking geldt , en die met de bepalingen van bijlage I , punt 1 , en bijlage III van de richtlijn overeenstemmen , ook al dragen zij niet het in punt 3.3 , van bijlage I bedoelde E.E.G.-teken , een en ander op dezelfde voet en onder dezelfde voowaarden als de voorverpakkingen die met alle bepalingen van de richtlijn in overeenstemming zijn .

5. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de tekst van alle belangrijke nationale wettelijke bepalingen die zij aanvaarden op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is , ter kennis van de Commissie wordt gebracht .

Vorige artikelen

Volgende artikelen