Art. 70 Verordening (EEG) nr. 574/72, Verklaring betreffende de gezinsleden die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de uitkeringen, renten inbegrepen

Verordening (EEG) nr. 574/72

1. Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 58, lid 3, van de verordening, is de aanvrager verplicht een verklaring over te leggen betreffende zijn gezinsleden die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan die waar zich het orgaan bevindt dat de uitkeringen moet vaststellen.

Deze verklaring wordt afgegeven door het orgaan van de ziekteverzekering van de woonplaats van de gezinsleden of door een ander orgaan dat wordt aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan zij hun woonplaats hebben. Artikel 25, lid 2, tweede en derde alinea, van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing.

In plaats van de in de eerste alinea voorgeschreven verklaring kan het met de vaststelling van de uitkeringen belaste orgaan van de aanvrager recente stukken van de burgerlijke stand verlangen omtrent zijn gezinsleden die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan die waar zich genoemd orgaan bevindt.

2. Indien in het in lid 1 bedoelde geval de wettelijke regeling die door het betrokken orgaan wordt toegepast, eist dat de gezinsleden bij de aanvrager inwonen, dient het bewijs dat het onderhoud van deze gezinsleden, wanneer zij niet aan deze voorwaarde voldoen, niettemin hoofdzakelijk ten laste van de aanvrager komt, te worden geleverd door middel van stukken waaruit de regelmatige overmaking van een deel van de verdiensten blijkt.

Toepassing van artikel 60 van de verordening