Art. 66 Verordening (EEG) nr. 574/72, Geschillen naar aanleiding van de vraag of het ongeval of de ziekte al dan niet het gevolg van de uitoefening van een beroep is
1. Wanneer het bevoegde orgaan betwist dat in het geval bedoeld in artikel 52 of artikel 55, lid 1, van de verordening, de wettelijke regeling inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten van toepassing is, stelt het het orgaan van de woonplaats of het orgaan van de verblijfplaats dat de verstrekkingen heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis; de verstrekkingen worden dan als verstrekkingen van de ziekteverzekering beschouwd en worden verder uit dien hoofde verleend op vertoon van de in de artikelen 20 en 21 van de toepassingsverordening bedoelde bewijzen en verklaringen.
2. Wanneer hieromtrent een definitieve beslissing is genomen, stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de woonplaats of het orgaan van de verblijfplaats dat de verstrekkingen heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis. Dit orgaan zet de verlening van deze verstrekkingen op grond van de ziekteverzekering voort, indien de belanghebbende recht hierop heeft en het geen arbeidsongeval of beroepsziekte betreft. In het tegenovergestelde geval worden de door de belanghebbende op grond van de ziekteverzekering genoten verstrekkingen beschouwd als prestaties wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten.
Toepassing van artikel 57 van de verordening
Artikel 67 (7)
Procedure bij blootstelling aan het risico van een beroepsziekte in meer dan één Lid-Staat
1. In het geval bedoeld in artikel 57, lid 1, van de verordening wordt de aangifte van de beroepsziekte doorgezonden hetzij aan het voor beroepsziekten bevoegde orgaan van de Lid-Staat onder de wettelijke regeling waarvan de getroffene laatstelijk werkzaamheden heeft verricht waardoor de bedoelde beroepsziekte kon ontstaan, hetzij aan het orgaan van de woonplaats dat de aangifte aan het bedoelde bevoegde orgaan doorzendt.
2. Indien het in lid 1 bedoelde bevoegde orgaan vaststelt, dat werkzaamheden waardoor de betrokken beroepsziekte kon ontstaan, het laatst onder de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat zijn uitgeoefend, zendt het de aangifte en de daarbij gevoegde stukken aan het overeenkomstige orgaan van deze Lid-Staat door.
3. Wanneer het orgaan van de Lid-Staat onder de wettelijke regeling waarvan de getroffene laatstelijk werkzaamheden heeft verricht, waardoor de betrokken beroepsziekte kon ontstaan, vaststelt dat de getroffene of zijn nagelaten betrekkingen niet voldoen aan de voorwaarden van deze wettelijke regeling, rekening houdende met artikel 57, leden 2, 3 en 4, van de verordening:
a) zendt genoemd orgaan de aangifte en alle daarbij behorende stukken, met inbegrip van de bevindingen en verslagen van het geneeskundig onderzoek dat door het eerste orgaan is verricht, alsmede een afschrift van de onder b) bedoelde beslissing, onverwijld door aan het orgaan van de Lid-Staat, onder de wettelijke regeling waarvan de getroffene voordien werkzaamheden heeft verricht waardoor de betrokken beroepsziekte kon ontstaan;
b) stelt genoemd orgaan gelijktijdig de belanghebbende in kennis van zijn beslissing, waarbij in het bijzonder de redenen tot weigering van de uitkeringen, de rechtsmiddelen en de beroepstermijnen worden vermeld, alsmede de datum waarop het dossier aan het onder a) vermelde orgaan werd doorgezonden.
4. In voorkomend geval kan volgens dezelfde procedure verder worden teruggegaan tot aan het overeenkomstige orgaan van de Lid-Staat onder de wettelijke regeling waarvan de getroffene het eerst werkzaamheden heeft verricht waardoor de bedoelde beroepsziekte kon ontstaan.
Artikel 68 (7)
Uitwisseling van inlichtingen tussen organen bij beroep tegen een afwijzende beslissing — Betaling van voorschotten bij een dergelijk beroep
1. Indien beroep wordt ingesteld tegen een afwijzende beslissing van het orgaan van één der Lid-Staten onder de wettelijke regeling waarvan de getroffene werkzaamheden heeft verricht waardoor de betrokken beroepsziekte kan ontstaan, is dit orgaan verplicht hiervan kennis te geven aan het orgaan waaraan de aangifte werd doorgestuurd, volgens de procedure van artikel 67, lid 3, van de toepassingsverordening, en om het later op de hoogte te stellen van de definitieve beslissing.
2. Indien krachtens de wettelijke regeling die laatstgenoemd orgaan toepast, met inachtneming van artikel 57, leden 2, 3 en 4, van de verordening, recht op uitkeringen is ingegaan, betaalt dit orgaan voorschotten waarvan het bedrag, eventueel na raadpleging van het orgaan tegen welks beslissing beroep werd ingesteld, wordt bepaald. Laatstgenoemd orgaan betaalt het bedrag der uitbetaalde voorschotten terug, indien het, ingevolge het ingestelde beroep, verplicht is de uitkeringen te verlenen. Dit bedrag wordt dan ingehouden op het bedrag der aan de belanghebbende verschuldigde uitkeringen.
Artikel 69 (7)
Omslag van de lasten der uitkeringen in geval van selerogene pneumoroniosis
Voor de toepassing van artikel 57, lid 5, van de verordening gelden de volgende regels:
a) het bevoegde orgaan van de Lid-Staat, ingevolge de wettelijke regeling waarvan de uitkeringen krachtens artikel 57, lid 1, van de verordening worden toegekend, aangeduid als "het met het betalen van de uitkeringen belaste orgaan", maakt gebruik van een formulier, waarin met name een overzicht en een samenvatting voorkomen van alle tijdvakken van verzekering (ouderdomsverzekering) of wonen die de getroffene heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der betrokken Lid-Staten;
b) het met betalen van de uitkeringen belaste orgaan zendt dit formulier door aan alle organen van de ouderdomsverzekering van die Lid-Staten waarbij de getroffene aangesloten is geweest; elk dezer organen vermeldt op het formulier de tijdvakken van verzekering (ouderdomsverzekering) of wonen die krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling werden vervuld en zendt het aan het met het betalen van de uitkeringen belaste orgaan terug.
c) het met het betalen van de uitkeringen belaste orgaan slaat vervolgens de lasten om over dit orgaan zelf en de andere betrokken bevoegde organen; het brengt deze omslag, naar behoren gemotiveerd met name wat betreft het bedrag der toegekende uitkeringen en de berekening der omslagpercentages, voor akkoordbevinding te hunner kennis;
d) aan het eind van elk kalenderjaar zendt het met het betalen van de uitkeringen belaste orgaan aan de andere betrokken bevoegde organen een lijst van de in de loop van het betrokken dienstjaar betaalde uitkeringen, onder vermelding van het bedrag dat door elk der organen is verschuldigd, overeenkomstig de onder c) vermelde omslag; elk van deze organen betaalt het verschuldigde bedrag zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie maanden terug aan het met het betalen van de uitkeringen belaste orgaan.
Toepassing van artikel 58, lid 3, van de verordening