Art. 75 Verordening (EEG) nr. 574/72

Verordening (EEG) nr. 574/72

1. Om in aanmerking te konen voor een rente of een aanvullende uitkering uit hoofde van de wettelijke regeling van een Lid-Staat, zijn de werknemer of zelfstandige of diens nagelaten betrekkingen die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen, verplicht een aanvraag te richten hetzij tot het bevoegde orgaan, hetzij tot het orgaan van de woonplaats, dat deze aan het bevoegde orgaan doorzendt. De volgende regels gelden voor het indienen van de aanvraag:

a) de aanvraag dient vergezeld te gaan van de vereiste bewijsstukken en te zijn opgesteld op het formulier, dat is voorgeschreven in de door het bevoegde orgaan toegepaste wettelijke regeling;

b) de juistheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens moet worden aangetoond door bij het aanvraagformulier gevoegde officiële stukken, of worden bevestigd door de bevoegde instanties van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont.

2. Het bevoegde orgaan geeft de aanvrager rechtstreeks of door bemiddeling van het verbindingsorgaan van de bevoegde Staat kennis van zijn beslissing; het zendt een afschrift van deze beslissing aan het verbindingsorgaan van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont.

Administratieve en medische controle