Art. 51 Verordening (EEG) nr. 574/72
1. Wanneer een rechthebbende op met name:
a) invaliditeitsuitkeringen,
b) ouderdomsuitkeringen toegekend in geval van arbeidsongeschiktheid,
c) ouderdomsuitkeringen toegekend aan bejaarde werklozen,
d) ouderdomsuitkeringen toegekend in geval van beëindiging van de beroepswerkzaamheden,
e) uitkeringen aan nagelaten betrekkingen toegekend in geval van invaliditeit of van arbeidsongeschiktheid,
f) uitkeringen die worden toegekend op voorwaarde dat de inkomsten van de rechthebbende een bepaalde grens niet overschrijden,
op het grondgebied van een andere Lid-Staat woont of verblijft dan die waar zich het orgaan bevindt dat de uitkeringen verschuldigd is, wordt de administratieve en medische controle op verzoek van dit orgaan uitgeoefend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende, op de wijze als bepaald in de wettelijke regeling die door laatstgenoemd orgaan wordt toegepast. Het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is behoudt evenwel de bevoegdheid, de controle op de rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten verrichten.
2. Indien wordt vastgesteld dat de rechthebbende op de in lid 1 bedoelde uitkeringen werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst heeft verricht, of dat hij inkomsten heeft welke de voorgeschreven grens overschrijden, terwijl hij deze uitkeringen geniet, is het orgaan van de woon- of verblijfplaats verplicht aan het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is en om controle heeft verzocht, een rapport toe te zenden. Dit rapport vermeldt met name de aard van de werkzaamheden die de belanghebbende in loondienst of anders dan in loondienst verricht, het bedrag van de verdiensten of van de inkomsten welke hij gedurende het laatstelijk verstreken kwartaal genoot, de normale beloning die tijdens een door het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is te bepalen referentieperiode in hetzelfde gebied wordt genoten door een werknemer of een zelfstandige van de beroepscategorie waartoe de belanghebbende behoorde in het beroep dat hij uitoefende voordat hij invalide werd, alsmede in voorkomend geval het advies van een medisch deskundige over de gezondheidstoestand van de belanghebbende.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 7 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5632
- CRvB 9 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3984
- CRvB 15 december 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:AA4556
- CRvB 6 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2400
- Rb. Amsterdam 18 maart 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2154
- CRvB 9 september 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU2358
- CRvB 15 december 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:AA4557