CRvB 9 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3984

1) Herziening WAO-uitkering (15-25%). Bevoegdheid appellant (Uwv). Onderzoek door een Duitse arts. Appellant had bij het nemen van een beslissing inzake de mate van arbeidsongeschiktheid, conform artikel 51 van Vo. 574/72 de medische controle op verzoek van appellant primair door een arts van het bevoegde orgaan van de woon- of verblijfplaats moeten laten verrichten. De Raad concludeert dat op grond van het gemeenschapsrecht een arts in het woonland de medische toestand van betrokkene vaststelt. De opvatting van de rechtbank dat alleen van een zorgvuldig medisch onderzoek sprake kan zijn indien de FML wordt ingevuld door de arts die ook het medisch onderzoek heeft verricht is met dit gemeenschapsrechtelijk stelsel onverenigbaar. FML is terecht opgesteld op basis van het medisch onderzoek in Duitsland vertaald naar de Nederlandse wet- en regelgeving inzake arbeidsongeschiktheid. Dat geldt ook voor het aspect ‘wisselende diensten’. Niet gebleken dat betrokkene, in de primaire fase van de besluitvorming, te kennen heeft gegeven gekeurd te willen worden door een (verzekerings)arts in Nederland. Van een afstand als bedoeld in het arrest Voeten & Beckers is dan ook geen sprake geweest. De Raad voegt hieraan toe dat de in het kader van de toepassing van artikel 51 van Vo. 574/72 vereiste zorgvuldigheid niet zo ver gaat dat appellant betrokkene op de mogelijkheid van een keuring door het bevoegde Nederlandse orgaan had moeten wijzen (vgl. CRvB 9 september 2005, LJN AU2358). 2) BIj nader besluit herziening naar 25-35%. Voldoende arbeidskundige grondslag. Uitgegaan van juiste Schattingsbesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen