Art. 45 Verordening (EEG) nr. 574/72, Betaling van voorlopige uitkeringen en voorschotten op uitkeringen
1. Indien het behandelende orgaan vaststelt dat de aanvrager krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling recht heeft op uitkeringen zonder dat rekening hoeft te worden gehouden met de tijdvakken van verzekering of wonen die zijn vervuld krachtens de wettelijke regeling van andere Lid-Staten, betaalt het deze onmiddellijk als voorlopige uitkering.
2. Indien de aanvrager krachtens lid 1 geen recht heeft op uitkeringen, doch uit de ter toepassing van artikel 43, lid 2 of 3, van de toepassingsverordening aan het behandelende orgaan verstrekte inlichtingen blijkt dat een recht op uitkeringen is ingegaan krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat, door alleen rekening te houden met de tijdvakken van verzekering of wonen die onder bedoelde wettelijke regeling zijn vervuld, dan betaalt het orgaan dat deze wettelijke regeling toepast, deze als voorlopige uitkering, zodra het behandelende orgaan het in kennis heeft gesteld van de op bedoeld orgaan rustende verplichting.
3. Indien in het in lid 2 bedoelde geval een recht op uitkeringen is ingegaan krachtens de wettelijke regeling van meer dan één Lid-Staat, door alleen rekening te houden met de tijdvakken van verzekering of wonen die krachtens elk van deze wettelijke regelingen zijn vervuld, dan moeten deze als voorlopige uitkeringen worden betaald door het orgaan dat het behandelende orgaan het eerst in kennis heeft gesteld van het bestaan van een dergelijk recht; het behandelende orgaan dient de andere betrokken organen hiervan in kennis te stellen.
4. Het orgaan dat krachtens lid 1, 2 of 3 uitkeringen dient te betalen, stelt de aanvrager hiervan onmiddellijk in kennis waarbij het uitdrukkelijk zijn aandacht vestigt op de voorlopige aard van de hiertoe genomen maatregel waartegen geen beroep kan worden aangetekend.
5. Ingeval geen enkele voorlopige uitkering aan de aanvrager kan worden betaald krachtens lid 1, 2 of 3, doch indien uit de ontvangen inlichtingen blijkt dat een recht is ingegaan krachtens artikel 46, lid 2, van de verordening, betaalt het behandelende orgaan hem een passend terugvorderbaar voorschot, dat zo dicht mogelijk het bedrag benadert dat vermoedelijk zal worden vastgesteld krachtens artikel 46, lid 2, van de verordening.
6. Twee Lid-Staten of de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staten kunnen een andere wijze van betaling van de voorlopige uitkeringen overeenkomen, ingeval alleen de organen van deze Lid-Staten daarbij betrokken zijn. De overeenkomsten die ter zake worden gesloten, worden aan de Administratieve Commissie medegedeeld.
Artikel 46 (11)
Uitkeringsbedragen voor tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering die op grond van artikel 15, lid 1, onder b), van de toepassingsverordening niet in aanmerking dienen te worden genomen
Voor de berekening van het theoretische en het werkelijke bedrag van de uitkering overeenkomstig artikel 46, lid 2, onder a) en b), van de verordening gelden de regels van artikel 15, lid 1, onder b), c) en d), van de toepassingsverordening.
Het op grond van artikel 46, lid 2, van de verordening vastgestelde werkelijk verschuldigde bedrag wordt verhoogd met het bedrag dat overeenkomt met de tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering, waarmee overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder b), van de toepassingsverordening geen rekening werd gehouden. Deze verhoging wordt vastgesteld volgens de wetgeving van de Lid-Staat krachtens welke deze tijdvakken van verzekering zijn vervuld.
De vergelijking als bedoeld in artikel 46, lid 3, van de verordening dient met inachtneming van bedoelde verhoging te worden verricht.
Artikel 47 (11)
Berekening van de bedragen van de uitkeringen die overeenkomen met tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering
Het orgaan van elke Lid-Staat berekent volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving het bedrag dat betrekking heeft op tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering dat overeenkomstig artikel 46 bis, lid 3, onder c), van de verordening niet aan de voorschriften inzake vermindering, schorsing of intrekking van een andere Lid-Staat onderworpen is.
Artikel 48 (11)
Mededeling van de beslissingen van de organen aan de aanvrager
1. De door elk der betrokken organen genomen definitieve beslissingen worden aan het behandelende orgaan toegezonden. Elk van deze beslissingen dient de rechtsmiddelen en beroepstermijnen van de betrokken wetgeving te vermelden. Na ontvangst van al deze beslissingen geeft het behandelende orgaan hiervan kennis aan de aanvrager in diens eigen taal, zulks door middel van een samenvatting waarbij de bedoelde beslissingen worden gevoegd. De beroepstermijnen gaan eerst in op de datum waarop de aanvrager de samenvatting heeft ontvangen.
2. Tegelijk met de toezending van de in lid 1 bedoelde samenvatting aan de aanvrager, zendt het behandelende orgaan een afschrift aan elk der betrokken organen, onder bijvoeging van een afschrift van de beslissingen van de andere organen.
Artikel 49 (11)
Herberekening van de uitkeringen
1. Voor de toepassing van artikel 43, leden 3 en 4, artikel 49, leden 2 en 3, en artikel 51, lid 2, van de verordening is artikel 45 van de toepassingsverordening van overeenkomstige toepassing.
2. Bij herberekening dan wel intrekking of schorsing van de uitkering geeft het orgaan dat deze beslissing heeft genomen, hiervan onverwijld kennis aan de belanghebbende en aan elk der organen ten aanzien waarvan de belanghebbende een recht heeft, in voorkomend geval door tussenkomst van het behandelende orgaan. De beslissing dient de rechtsmiddelen en beroepstermijnen van de betrokken wetgeving te vermelden. De beroepstermijnen gaan eerst in op de datum waarop de belanghebbende de beslissing heeft ontvangen.