Art. 2 Verordening (EEG) nr. 574/72, Modelformulieren — Inlichtingen over de wetgevingen — Handleidingen

Verordening (EEG) nr. 574/72

1. De modellen van de bewijsstukken, verklaringen, aangiften, aanvragen en andere documenten welke voor de toepassing van de verordening en van de toepassingsverordening nodig zijn, worden door de Administratieve Commissie vastgesteld.

Twee Lid-Staten of de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staten kunnen in onderlinge overeenstemming en na advies van de Administratieve Commissie in hun onderlinge betrekkingen vereenvoudigde formulieren invoeren.

2. De Administratieve Commissie kan ten behoeve van de bevoegde autoriteiten van elke Lid-Staat inlichtingen verzamelen betreffende de bepalingen van de nationale wetgevingen de binnen de werkingssfeer van de verordening vallen.

3. De Administratieve Commissie stelt de tekst van handleidingen samen, met het doel de belanghebbenden voor te lichten over hun rechten en de administratieve formaliteiten die zij dienen te vervullen om deze rechten geldend te maken.

Voordat de tekst van deze handleidingen wordt vastgesteld wordt het Raadgevend Comité geraadpleegd.

Artikel 3 (7)

Verbindingsorganen — Contacten tussen de organen onderling en tussen rechthebbenden en organen

1. De bevoegde autoriteiten kunnen verbindingsorganen aanwijzen, die gerechtigd zijn zich rechtstreeks met elkaar in verbinding te stellen.

2. Ieder orgaan van een Lid-Staat alsmede elke persoon, die op het grondgebied van een Lid-Staat woont of verblijft, kan zich rechtstreeks of door bemiddeling van de verbindingsorganen tot het orgaan van een andere Lid-Staat wenden.

3. Beslissingen en andere documenten afkomstig van een orgaan van een Lid-Staat en bestemd voor personen die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen of verblijven, mogen rechtstreeks per aangetekende zending met ontvangstbevestiging aan hen worden medegedeeld.

Artikel 4 (9)

Bijlagen

1. Bijlage 1 vermeldt de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van elke Lid-Staat.

2. Bijlage 2 vermeldt de bevoegde organen van elke Lid-Staat.

3. Bijlage 3 vermeldt de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats van elke Lid-Staat.

4. Bijlage 4 vermeldt de krachtens artikel 3, lid 1, van de toepassingsverordening aangewezen verbindingsorganen.

5. Bijlage 5 vermeldt de in artikel 5, in artikel 53, lid 3, in artikel 104, in artikel 105, lid 2, in artikel 116 en in artikel 121 van de toepassingsverordening bedoelde bepalingen.

6. Bijlage 6 vermeldt de procedure die overeenkomstig artikel 53, lid 1, van de toepassingsverordening gekozen werd voor de betaling van de uitkeringen door de organen van iedere Lid-Staat, die uitkeringen verschuldigd zijn.

7. Bijlage 7 vermeldt naam en plaats van vestiging van de in artikel 55, lid 1, van de toepassingsverordening bedoelde bankinstellingen.

8. Bijlage 8 vermeldt de Lid-Staten waarop artikel 10 bis, lid 1, onder d), van de toepassingsverordening in hun onderlinge betrekkingen van toepassing is.

9. Bijlage 9 vermeldt welke regelingen in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen, overeenkomstig artikel 94, lid 3, onder a), en artikel 95, lid 3, onder a), van de toepassingsverordening.

10. Bijlage 10 vermeldt de organen of instellingen die door de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, met name krachtens de volgende bepalingen:

a) verordening: artikel 14 quater, artikel 14 quinquies, lid 3, en artikel 17;

b) toepassingsverordening: artikel 6, lid 1, artikel 8, artikel 10 ter, artikel 11, lid 1, artikel 11 bis, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, leden 2 en 3, artikel 14, leden 1, 2 en 3, artikel 38, lid 1, artikel 70, lid 1, artikel 80, lid 2, artikel 81, artikel 82, lid 2, artikel 85, lid 2, artikel 86, lid 2, artikel 89, lid 1, artikel 91, lid 2, artikel 102, lid 2, artikel 109, artikel 110 en artikel 113, lid 2.

11. Bijlage 11 vermeldt het stelsel of de stelsels als bedoeld in artikel 35, lid 2, van de verordening.

Uitspraken die dit artikel aanhalen