Art. 12 Verordening (EEG) nr. 574/72, Bijzondere bepalingen betreffende de aansluiting van werknemers bij het Duitse stelsel inzake sociale zekerheid

Verordening (EEG) nr. 574/72

Wanneer de Duitse wetgeving krachtens artikel 13, lid 2, onder a), artikel 14, punten 1 en 2, of artikel 14 ter, punt 1, van de verordening dan wel krachtens een met toepassing van artikel 17 van de verordening gesloten overeenkomst van toepassing is op een persoon die werkzaam is bij een onderneming of een werkgever die haar zetel of zijn woonplaats niet op het grondgebied van Duitsland heeft, dan wordt, indien de werknemer geen vaste plaats van tewerkstelling heeft op het grondgebied van Duitsland, genoemde wetgeving toegepast alsof de werknemer werkzaam was in zijn woonplaats op het grondgebied van Duitsland.

Indien de werknemer zijn woonplaats niet heeft op het grondgebied van Duitsland, wordt de Duitse wetgeving toegepast alsof hij werkzaam was op een plaats waar de "Allgemeine Ortskrankenkasse Bonn" (Algemeen plaatselijk ziekenfonds van Bonn), Bonn, bevoegd is.

Artikel 12 bis (5)

Regels inzake personen bedoeld in artikel 14, punt 2, onder b), artikel 14, punt 3, artikel 14 bis, punten 2, 3 en 4, en artikel 14 quater van de verordening, die werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten plegen uit te oefenen

Voor de toepassing van artikel 14, punt 2, onder b), artikel 14, punt 3, artikel 14 bis, punten 2, 3 en 4, en artikel 14 quater van de verordening gelden de volgende regels:

1. a) Degene, die zijn werkzaamheden op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten pleegt uit te oefenen of voor een onderneming waarvan de zetel op het grondgebied van een Lid-Staat gevestigd is, terwijl de gemeenschappelijke grens van twee Lid-Staten door die onderneming loopt, of die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een Lid-Staat en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van een andere Lid-Staat uitoefent, stelt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont, daarvan in kennis.

b) Indien de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de betrokkene woont niet op hem van toepassing is, stelt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van deze Lid-Staat vervolgens het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waarvan de wetgeving van toepassing is, daarvan in kennis.

2. a) Indien degene, die werkzaamheden in loondienst dan wel anders dan in loondienst op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten pleegt uit te oefenen, overeenkomstig artikel 14, punt 2, onder b), i), of artikel 14 bis, punt 2, eerste zin, van de verordening en die een deel van zijn werkzaamheden uitoefent in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont, onderworpen is aan de wetgeving van die Lid-Staat, verstrekt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat hem een bewijs waarin wordt verklaard dat hij aan de wetgeving van deze Lid-Staat onderworpen is en zendt het een afschrift daarvan aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van elke andere Lid-Staat:

i) op het grondgebied waarvan de betrokkene een deel van zijn werkzaamheden uitoefent, en/of

ii) indien hij werkzaamheden in loondienst verricht, op het grondgebied waarvan de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waaraan hij verbonden is, zich bevindt.

b) Laatstbedoeld orgaan zendt, voor zover nodig, aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waarvan de wetgeving van toepassing is, de nodige gegevens voor de vaststelling van de premies of bijdragen die door de werkgever of werkgevers en/of de betrokkene ingevolge deze wetgeving verschuldigd zijn.

3. a) Indien degene, die op het grondgebied van een Lid-Staat in loondienst werkzaam is voor een onderneming waarvan de zetel op het grondgebied van een andere Lid-Staat gevestigd is, terwijl de gemeenschappelijke grens van die Lid-Staten door die onderneming loopt, of die werkzaamheden anders dan in loondienst voor een dergelijke onderneming uitoefent, overeenkomstig artikel 14, punt 3, of artikel 14 bis, punt 3, van de verordening, onderworpen is aan de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan deze onderneming haar zetel heeft, verstrekt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat hem een bewijs waarin wordt verklaard dat hij aan de wetgeving van deze Lid-Staat onderworpen is en zendt het een afschrift daarvan aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van elke andere Lid-Staat:

i) op het grondgebied waarvan de betrokkene werkzaamheden in loondienst dan wel anders dan in loondienst uitoefent;

ii) op het grondgebied waarvan de betrokkene woont.

b) Punt 2, onder b), is van overeenkomstige toepassing.

4. a) Indien degene, die niet woont op het grondgebied van één der Lid-Staten waar hij zijn werkzaamheden in loondienst uitoefent, overeenkomstig artikel 14, punt 2, onder b), ii), van de verordening, onderworpen is aan de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waaraan hij verbonden is, zich bevindt, verstrekt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat hem een bewijs waarin wordt verklaard dat hij aan de wetgeving van deze Lid-Staat onderworpen is en zendt het een afschrift daarvan aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van elke andere Lid-Staat:

i) op het grondgebied waarvan de betrokkene een deel van zijn werkzaamheden in loondienst uitoefent;

ii) op het grondgebied waarvan de betrokkene woont.

b) Punt 2, onder b), is van overeenkomstige toepassing.

5. a) Indien degene, die op het grondgebied van twee of meer Lid-Staten werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt uit te oefenen maar geen enkel deel van deze werkzaamheden uitoefent op het grondgebied van de Lid-Staat waar hij woont, overeenkomstig artikel 14 bis, punt 2, tweede zin, van de verordening, onderworpen is aan de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij zijn hoofdwerkzaamheden verricht, stelt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont, onverwijld de organen die zijn aangewezen door de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken Lid-Staten daarvan in kennis.

b) De bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staten of de organen die door deze bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, stellen, binnen een tijdvak van ten hoogste zes maanden na de dag waarop de situatie van de belanghebbende ter kennis werd gebracht van één der betrokken organen, in onderling overleg en met inachtneming van het bepaalde onder d), en van artikel 14 bis, punt 4, van de verordening, vast welke wetgeving op de betrokkene van toepassing is.

c) Het orgaan waarvan de wetgeving als toepasselijk op de betrokkene is vastgesteld, verstrekt hem een bewijs waarin wordt verklaard dat hij aan deze wetgeving onderworpen is en zendt een afschrift daarvan aan de andere betrokken organen.

d) Bij de toepassing van artikel 14 bis, punt 2, derde zin, van de verordening, wordt, ter bepaling van de hoofdwerkzaamheden van de belanghebbende, in de eerste plaats rekening gehouden met de vaste en blijvende plaats van waaruit de belanghebbende zijn werkzaamheden uitoefent. Bij gebreke hiervan dient met andere criteria, zoals de gebruikelijke aard of de duur van de uitgeoefende werkzaamheden, het aantal verleende diensten en het uit de uitoefening van deze werkzaamheden voortvloeiende inkomen, rekening te worden gehouden.

e) De betrokken organen verstrekken elkaar alle noodzakelijke gegevens, zowel voor het bepalen van de hoofdwerkzaamheden van de betrokkene als voor de vaststelling van de premies en bijdragen die ingevolge de wetgeving welke als toepasselijk is vastgesteld, verschuldigd zijn.

6. a) Indien het orgaan, dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waarvan de wetgeving op grond van artikel 14 bis, punt 2 of punt 3, van de verordening van toepassing zou moeten zijn, vaststelt dat punt 4 van genoemd artikel op de belanghebbende van toepassing is, stelt het de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken Lid-Staten of de door deze autoriteiten aangewezen organen daarvan in kennis; indien noodzakelijk, wordt de op de belanghebbende toe te passen wetgeving in onderling overleg vastgesteld; één en ander onverminderd het bepaalde in punt 5 en in het bijzonder onder b) van dat punt.

b) De in punt 2, onder b), bedoelde gegevens worden door de organen van de betrokken Lid-Staten verstrekt aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waarvan de wetgeving uiteindelijk van toepassing is.

7. a) Indien degene, die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een Lid-Staat en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van een andere Lid-Staat uitoefent, overeenkomstig artikel 14 quater, onder a), van de verordening, onderworpen is aan de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden in loondienst uitoefent, verstrekt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat hem een bewijs waarin wordt verklaard dat hij aan de wetgeving van deze Lid-Staat onderworpen is en zendt het een afschrift daarvan aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van elke andere Lid-Staat:

i) op het grondgebied waarvan hij zelfstandig werkzaam is;

ii) op het grondgebied waarvan hij woont.

b) Punt 2, onder b), is van overeenkomstige toepassing.

8. Indien degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 quater, onder b), van de verordening gelijktijdig werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van verschillende Lid-Staten uitoefent, aan de wetgevingen van twee Lid-Staten onderworpen is, is het bepaalde in de punten 1, 2, 3 en 4, voor zover het werkzaamheden in loondienst betreft, en het bepaalde in de punten 1, 2, 3, 5 en 6, voor zover het werkzaamheden anders dan in loondienst betreft, van overeenkomstige toepassing.

De door de bevoegde autoriteiten van de twee Lid-Staten waarvan de wetgevingen uiteindelijk van toepassing zijn aangewezen organen stellen elkaar daarvan wederzijds op de hoogte.