Art. 61 Verordening (EEG) nr. 1408/71, Regels welke dienen om met bijzonderheden van bepaalde wettelijke regelingen rekening te houden
1. Indien op het grondgebied van de Lid-Staat, waarop de werknemer zich bevindt, geen verzekering tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten bestaat, of indien een dergelijke verzekering wel bestaat doch niet voorziet in een orgaan dat verantwoordelijk is voor het verlenen van verstrekkingen, worden deze verstrekkingen verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats dat voor het verlenen van verstrekkingen in geval van ziekte verantwoordelijk is.
2. Indien de wettelijke regeling van de bevoegde Staat het geheel kosteloos verlenen van verstrekkingen afhankelijk stelt van gebruikmaking van de door de werkgever opgerichte medische dienst, worden de verstrekkingen welke in de in artikel 52 en in artikel 55, lid 1, bedoelde gevallen worden verleend, geacht door een dergelijke medische dienst te zijn verleend.
3. Indien de wettelijke regeling van de bevoegde Staat een regeling kent betreffende de verplichtingen van de werkgever, worden de verstrekkingen welke in de in artikel 52 en in artikel 55, lid 1, bedoelde gevallen worden verleend, geacht op verzoek van het bevoegde orgaan te zijn verleend.
4. Indien de in de bevoegde Staat geldende regeling inzake schadeloosstelling bij arbeidsongevallen niet het karakter van een verplichte verzekering heeft, worden de verstrekkingen rechtstreeks verleend door de werkgever of door de verzekeraar die in diens plaats treedt.
5. Indien volgens de wettelijke regeling van een Lid-Staat bij de vaststelling van de mate van ongeschiktheid uitdrukkelijk of stilzwijgend rekening wordt gehouden met vroeger voorgekomen arbeidsongevallen of beroepsziekten, houdt het bevoegde orgaan van die Staat eveneens rekening met vroeger onder de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat voorgekomen arbeidsongevallen en beroepsziekten, alsof zij onder de door het bevoegde orgaan toegepaste wettelijke regeling waren voorgekomen.