Art. 28 Verordening (EEG) nr. 1408/71, Pensionen of renten, verschuldigd op grond van de wettelijke regelingen van een of meer Lid-Staten, terwijl in het land van de woonplaats geen recht op verstrekkingen bestaat
1. De rechthebbende op een pensioen of rente verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van een Lid-Staat, of op pensioenen of renten verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van twee of meer Lid-Staten, die geen recht op verstrekkingen heeft op grond van de wettelijke regeling van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont, heeft niettemin zelf, evenals zijn gezinsleden, recht op deze verstrekkingen, voor zover hij op grond van de wettelijke regeling van de voor de pensioenverzekering bevoegde Lid-Staat, of van ten minste een van de voor deze verzekering bevoegde Lid-Staten, eventueel met inachtneming van artikel 18 en van bijlage V, recht op verstrekkingen zou hebben, indien hij op het grondgebied van de betrokken Staat woonde. De verstrekkingen worden voor rekening van het in lid 2 bedoelde orgaan verleend door het orgaan van de woonplaats, alsof de betrokkene recht had op een pensioen of een rente krachtens de wettelijke regeling van de Staat op het grondgebied waarvan hij woont, en alsof hij recht op verstrekkingen had.
2. In de in lid 1 bedoelde gevallen komen de verstrekkingen voor rekening van het overeenkomstig de volgende regels vastgestelde orgaan:
a) indien de rechthebbende krachtens de wettelijke regeling van één Lid-Staat recht op bedoelde verstrekkingen heeft, komen deze voor rekening van het bevoegde orgaan van deze Staat;
b) indien de rechthebbende krachtens de wettelijke regelingen van twee of meer Lid-Staten recht op bedoelde verstrekkingen heeft, komen deze voor rekening van het bevoegde orgaan van de Lid-Staat krachtens de wettelijke regeling waarvan de rechthebbende het langste tijdvak van verzekering heeft vervuld; ingeval de toepassing van deze regel ertoe leidt dat de verstrekkingen voor rekening van meer dan een orgaan komen, komen zij voor rekening van dat orgaan van de laatstbedoelde, waarbij de rechthebbende het laatst aangesloten is geweest.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 7 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1941
- Hof 's-Hertogenbosch 12 mei 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM8453
- CRvB 24 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3461
- CRvB 9 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1382
- CRvB 6 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1272
- CRvB 29 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1682
- CRvB 27 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:547
- ABRvS 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0133
- Hof 's-Hertogenbosch 15 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1482
- CRvB 22 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2168
- CRvB 15 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2099
- ABRvS 14 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0632
- Rb. Amsterdam 27 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6762
- CRvB 6 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:757
- CRvB 28 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:854
- CRvB 28 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:638
- CRvB 4 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2447
- CRvB 17 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:117
- CRvB 10 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7738
- CRvB 27 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW9410