Art. 29 Verordening (EEG) nr. 1408/71, Woonplaats van de gezinsleden op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan de rechthebbende - Overbrenging van de woonplaats naar het grondgebied van de Lid-Staat, waarop de rechthebbende woont

Verordening (EEG) nr. 1408/71

1. De gezinsleden van de rechthebbende op een pensioen of een rente, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van een Lid-Staat, of op pensioenen of renten, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van twee of meer Lid-Staten, die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen dan de rechthebbende, hebben recht op verstrekkingen alsof de rechthebbende op hetzelfde grondgebied als zij woonde, voor zover hij op grond van de wettelijke regeling van een Lid-Staat recht op bedoelde verstrekkingen heeft. Deze verstrekkingen worden door het orgaan van de woonplaats van de gezinsleden verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, en komen voor rekening van het orgaan van de woonplaats van de rechthebbende.

2. De in lid 1 bedoelde gezinsleden die hun woonplaats overbrengen naar het grondgebied van de Lid-Staat, waarop de rechthebbende woont, hebben recht op de verstrekkingen volgens de wettelijke regeling van deze Staat, zelfs indien zij vóór de overbrenging van hun woonplaats reeds verstrekkingen hebben genoten voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap.