Art. 8 Verordening (EEG) nr. 1308/70

Verordening (EEG) nr. 1308/70

1. Indien in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan , die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen , kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is .

De Raad stelt , op voorstel van de Commissie , volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag de uitvoeringsbepalingen van dit lid vast en bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen de Lid-Staten conservatoire maatregelen kunnen treffen .

2. Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet , neemt de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of eigener beweging de noodzakelijke maatregelen , die aan de Lid-Staten worden medegedeeld en onmiddellijk van toepassing zijn . Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend , beslist zij hierover binnen de vierentwintig uur na ontvangst van het verzoek .

3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen de drie werkdagen volgende op de dag van de mededeling daarvan aan de Raad voorleggen . De Raad komt onverwijld bijeen . Hij kan de betreffende maatregel volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag wijzigen of vernietigen .