Art. 6 Verordening (EEG) nr. 1251/70

Verordening (EEG) nr. 1251/70

1. De personen op wie deze verordening van toepassing is hebben recht op een verblijfskaart , welke

a) kosteloos of tegen betaling van een , de rechten en kosten voor de afgifte van identiteitskaarten aan eigen onderdanen niet te boven gaand bedrag wordt afgegeven en verlengd ;

b) geldig moet zijn voor het gehele grondgebied van de Lid-Staat die haar heeft afgegeven ;

c) een geldigheidsduur moet hebben van ten minste 5 jaren en zonder meer kunnen worden verlengd ;

2. Onderbrekingen van het verblijf van niet meer dan 6 achtereenvolgende maanden hebben geen invloed op de geldigheid van de verblijfskaart .

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen