Art. 3 Verordening (EEG) nr. 1251/70
1. De familieleden van een werknemer als bedoeld in artikel 1 van deze verordening die bij hem op het grondgebied van een Lid-Staat woonachtig zijn , hebben het recht aldaar duurzaam verblijf te houden , indien de overknemer het recht om er verblijf te houden op het grondgebied van die Lid-Staat overeenkomstig artikel 2 heeft verkregen , zelfs na diens overlijden .
2. Indien evenwel de werknemer in de loop van zijn beroepsleven is overleden voordat hij het recht op verblijf in de betrokken Lid-Staat heeft verkregen , hebben de familieleden het recht er duurzaam verblijf te houden ,
- indien de werknemer op het ogenblik van zijn overlijden op het grondgebied van die Lid-Staat gedurende ten minste 2 jaren bij voortduring woonachtig was ;
- of indien de werknemer overleden is ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte ;
- of indien de overlevende echtgenoot onderdaan is van de Lid-Staat waar de werknemer woonachtig was of de nationaliteit van die Lid-Staat als gevolg van zijn huwelijk met de betrokken werknemer heeft verloren .