Art. 14 Verordening (EEG) nr. 1191/69
1. Na de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de Lid-Staten slechts openbare dienstverplichtingen opleggen aan een vervoersonderneming indien deze verplichtingen noodzakelijk zijn om een toereikende vervoervoorziening te waarborgen , voor zover het niet gaat om de in artikel 1 , lid 3 , bedoelde gevallen .
2. Wanneer de aldus opgelegde verplichtingen voor de vervoersondernemingen economische nadelen in de zin van artikel 5 , leden 1 en 2 , of lasten in de zin van artikel 9 meebrengen , bepalen de bevoegde instanties van de Lid-Staten in hun besluiten waarbij deze verplichtingen worden opgelegd , dat de daaruit voortvloeiende lasten worden gecompenseerd . De artikelen 10 tot en met 13 zijn van toepassing .