Art. 42 Verordening (EEG) nr. 1612/68

Verordening (EEG) nr. 1612/68

1. Deze verordening tast noch de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal met betrekking tot de werknemers met erkende vakbekwaamheid in een beroep in de kolenmijn- en staalindustrie, noch die van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie inzake de toegang tot gekwalificeerde arbeid op het gebied van de kernenergie, noch de ter uitvoering van deze Verdragen vastgestelde bepalingen aan.

Deze verordening is echter wel van toepassing op de in de eerste alinea bedoelde categorieën werknemers, alsook op hun familieleden, voor zover hun rechtspositie niet in de daar genoemde verdragen of bepalingen is geregeld.

2. Deze verordening doet geen afbreuk aan de overeenkomstig artikel 51 van het Verdrag vastgestelde bepalingen.

3. Deze verordening doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de Lid-Staten: - welke voortvloeien uit bijzondere betrekkingen of toekomstige akkoorden met bepaalde niet-Europese landen of gebieden op grond van institutionele banden die bestaan op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening;

- welke voortvloeien uit akkoorden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening met bepaalde niet-Europese landen of gebieden bestaan op grond van institutionele banden die tussen hen hebben bestaan.

De werknemers van deze landen of gebieden, die overeenkomstig deze bepaling arbeid in loondienst verrichten op het grondgebied van een van deze Lid-Staten, kunnen geen beroep doen op de bepalingen van deze verordening op het grondgebied van de overige Lid-Staten.