Art. 41 Verordening (EEG) nr. 1612/68
Indien een Lid-Staat wegens de afschaffing van de arbeidsvergunning niet meer in staat is om bepaalde statistieken over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te blijven opstellen, kan hij voor statistische doeleinden de arbeidsvergunning voor onderdanen van andere Lid-Staten handhaven tot aan de invoering van nieuwe statistische methoden en uiterlijk tot en met 31 december 1969. De arbeidsvergunning moet zonder meer worden afgegeven en geldig zijn tot de daadwerkelijke afschaffing van de arbeidsvergunningen in deze Lid-Staat.