Art. 40 Verordening (EEG) nr. 1612/68

Verordening (EEG) nr. 1612/68

Tot aan de inwerkingtreding van de maatregelen die door de Lid-Staten uit hoofde van de richtlijn van de Raad van 15 oktober 1968 (1) moeten worden getroffen, en voor zover krachtens de door de Lid-Staten ter uitvoering van de richtlijn van de Raad van 25 maart 1964(2) vastgestelde voorschriften de in artikel 22 van Verordening nr. 38/64/EEG voorgeschreven arbeidsvergunning noodzakelijk is voor de bepaling van de geldigheidsduur en de verlenging van de verblijfsvergunning, geldt als zodanig een verklaring van indienstneming van de werkgever of een verklaring van tewerkstelling, waarin de duur van het dienstverband wordt aangegeven. Iedere werkgeversverklaring of verklaring van tewerkstelling, (1) zie blz. 13 van dit Publikatieblad. (2) PB nr. 62 van 17.4.1964, blz. 981/64. aangevend dat de indienstneming van de werknemer betrekking heeft op een onbepaalde duur, zal dezelfde rechtsgevolgen hebben als de permanente arbeidsvergunning.