Art. 4 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Vrijstelling voor groepen kleine en middelgrote ondernemingen
1. De in artikel 2 bedoelde overeenkomsten , besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen zijn van het verbod van dat artikel vrijgesteld , indien zij tot doel hebben
_ de vorming en werking van groepen ondernemingen voor vervoer over de weg of over de binnenwateren met het oog op de verrichting van vervoersactiviteiten ,
_ de gemeenschappelijke financiering of verwerving van materieel of benodigheden voor vervoer , die rechtstreeks verband houden met vervoersprestaties voor zover zulks noodzakelijk is voor de gemeenschappelijke exploitatie van deze groepen ,
en indien de totale ladingscapaciteit van de groep niet groter is dan :
_ 10.000 ton voor het vervoer over de weg ,
_ 500.000 ton voor het vervoer over de binnenwateren .
De individuele capaciteit van elk der aan de groep deelnemende ondernemingen mag niet groter zijn dan 1.000 ton voor het vervoer over de weg of 50.000 ton voor het vervoer over de binnenwateren .
2. Indien de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten , besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen in bepaalde gevallen gevolgen met zich meebrengt die onverenigbaar zijn met de voorwaarden van artikel 5 en een misbruik vormen van de vrijstelling van artikel 2 , kunnen de ondernemingen en ondernemersverenigingen verplicht worden aan deze gevolgen een einde te maken .