Art. 9 Verordening (EEG) nr. 802/68

Verordening (EEG) nr. 802/68

1. Wanneer de oorsprong van goederen bij invoer moet worden aangetoond door overlegging van een certificaat van oorsprong , moet dit certificaat aan de volgende voorwaarden voldoen :

a) het moet zijn opgesteld door een overheidsinstantie dan wel door een orgaan dat de nodige waarborgen biedt en daartoe door het land van afgifte naar behoren is gemachtigd ;

b) het moet de nodige gegevens bevatten om het goed waarop het betrekking heeft te kunnen identificeren , met name :

_ het aantal , de aard , de merken en nummers van de colli ,

_ de soort , het bruto - en nettogewicht van het goed ,

_ de naam van de afzender ;

c) in het certificaat moet ondubbelzinnig worden verklaard dat het goed waarop het betrekking heeft van oorsprong is uit een bepaald land .

2. Naast de overlegging van een certificaat van oorsprong dat voldoet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden , kunnen de bevoegde instanties in geval van ernstige twijfel nader bewijsmateriaal eisen om zich ervan te overtuigen dat de vermelding van de oorsprong daadwerkelijk in overeenstemming is met de voorschriften van deze verordening en met de desbetreffende uitvoeringsbepalingen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen