Art. 10 Verordening (EEG) nr. 802/68
1. De certificaten van oorsprong die betrekking hebben op uit de Gemeenschap uitgevoerde goederen van communautaire oorsprong moeten voldoen aan de in artikel 9 , lid 1 , sub a ) en b ) , gestelde voorwaarden .
2. Deze certificaten van oorsprong verklaren dat de goederen van oorsprong zijn uit de Gemeenschap .
Indien dit voor de uitvoerhandel vereist is kan echter op de certificaten worden verklaard dat de goederen van oorsprong zijn uit een Lid-Staat . Wanneer aan de voorwaarden van artikel 5 slechts wordt voldaan door de cumulatie van verschillende in verscheidene Lid-Staten uitgevoerde verwerkingen of bewerkingen , is in ieder geval alleen de verklaring van oorsprong uit de Gemeenschap toegestaan .
3. De Lid-Staten nemen alle passende maatregelen opdat de certificaten van oorsprong die door hun overheidsinstanties of bevoegde organen worden afgegeven uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode worden opgesteld en afgegeven overeenkomstig het bepaalde in bijlage II voor zover dit niet strijdig is met de belangen van de uitvoerhandel .