Art. 7 Verordening (EEG) nr. 802/68
Accessoires , vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel , machines , apparaten of voertuigen worden geleverd en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan worden geacht dezelfde oorsprong te hebben als het betrokken materieel , de betrokken machines , apparaten of voertuigen .
Volgens de procedure van artikel 14 worden de voorwaarden vastgesteld waaronder het in de voorgaande alinea bedoelde vermoeden betreffende de oorsprong ook geldt ten behoeve van essentiële vervangingsonderdelen voor materieel , machines , apparaten of voertuigen welke tevoren zijn verzonden .