ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3489

Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden vastgesteld dat op de locatie [locatie 1] in Leiden sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college bij dit besluit ingestemd met het door Vlasveld B.V. ingediende saneringsplan. De locatie [locatie 1] in Leiden is in gebruik als garagebedrijf en openbare weg. [bedrijf] is eigenaar van de gronden op de locatie. Uit uitgevoerd bodemonderzoek is gebleken dat op de locatie bodemverontreiniging met minerale olie aanwezig is, bestaande uit twee verontreinigingskernen: de kern noord en de kern zuid. In het besluit staat dat de verontreiniging bij de kern noord afkomstig is van de olie-waterscheider van de garage en dat de verontreiniging bij de kern zuid afkomstig is van twee voormalige ondergrondse brandstoftanks. Bij het besluit heeft het college vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college ingestemd met het door [bedrijf] ingediende saneringsplan. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Leiden. Dat perceel grenst aan de westzijde aan het garagebedrijf op de locatie [locatie 3] in Leiden. Hij is het niet eens met het besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken