Art. 3.1 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, (eerbiedigend overgangsrecht saneringen)
Aanvullingswet bodem Omgevingswet
1. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in de Wet bodembescherming of saneringen als bedoeld in die wet waarvoor voor dat tijdstip:
a. een besluit is genomen dat spoedige sanering noodzakelijk is krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,
b. een saneringsplan is ingediend als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming, of
c. een saneringsplan voor een gedeelte van de verontreiniging van de bodem is ingediend als bedoeld in artikel 40 van de Wet bodembescherming, uitsluitend voor het gedeelte waarop het saneringsplan betrekking heeft.
2. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op saneringen als bedoeld in de Wet bodembescherming waarvoor voor dat tijdstip een melding is gedaan als bedoeld in artikel 39b, derde lid, van die wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3596
- ABRvS 17 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1491
- ABRvS 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2414
- ABRvS 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2344
- ABRvS 19 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4868
- ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3489
- ABRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4122
- ABRvS 5 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3661
- ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2615
- ABRvS 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2545
- Rb. Gelderland 19 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11544