ABRvS 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1929
Bij besluit van 31 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant krachtens de artikelen 29 en 37 van de Wet bodembescherming vastgesteld dat op de [locatie] en omgeving in Budel-Schoot, gemeente Cranendonck, sprake is van een geval van ernstige verontreiniging en dat spoedige sanering noodzakelijk is. Sinds 1968 is op het perceel [locatie], kadastraal bekend als gemeente Budel, sectie D, nummers 5760 en 5761, [de chemische wasserij] gevestigd waar onder meer wordt gewassen met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen. De belangrijkste component daarbij is in dit geval tetrachlooretheen (hierna: PER). Volgens het college loosde de chemische wasserij tot 1969 op een sloot aan de zuidkant van de Pater Ullingsstraat. Via een duiker onder deze weg is het lozingswater ook terecht gekomen in de noordelijk van de openbare weg gelegen sloot. In 1969 zijn de sloten gedempt en is riolering aangelegd. Naast de oude wasserij is rond 1971 een nieuwe wasserij gebouwd die in 1972 in gebruik is genomen. [appellant] is sinds 1979 eigenaar van de chemische wasserij.
De uitspraak op rechtspraak.nl