ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3045

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [appellant] vanaf 1 maart 2024 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. [appellant] heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Hij verblijft bij zijn zoon die ook beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Bij brief van 12 december 2016 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 21 oktober 2016 gestart en hij had, met verlenging in verband met corona-maatregelen, tot en met 20 september 2024 om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de minister [appellant] ontheven van de inburgeringsplicht, omdat hij genoeg heeft gedaan om in te burgeren. De minister heeft vervolgens bepaald dat zijn schuld € 8.940,68 bedraagt en dat hij maandelijks € 81,33 moet betalen. De minister heeft zich in het besluit van 8 mei 2024 op het standpunt gesteld dat uit de Wet inburgering, zoals deze luidde tot 1 januari 2022 (Wi), volgt dat [appellant] de lening moet terugbetalen en dat hij niet voldoet aan de vereisten om voor kwijtschelding van de lening in aanmerking te komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken