ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2990

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (thans en hierna: Dienst Toeslagen) aan [appellante] een compensatiebedrag van € 45.725,00 toegekend. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. [appellante] heeft recht op compensatie over de toeslagjaren 2008 en 2009, omdat sprake is geweest van groepsgewijze institutionele vooringenomenheid bij het onderzoek naar fraude bij [gastouderbureau], waar [appellante] cliënt was. Gedurende de looptijd van de hersteloperatie heeft de Dienst Toeslagen op basis van verschillende herstelregelingen compensatie toegekend. Met ingang van 5 november 2022 is de Wet hersteloperatie toeslagen van kracht. Op grond van het overgangsrecht worden compensatiebeschikkingen die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Wht, aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens de Wht. Dat geldt dus ook voor de besluiten van de Dienst Toeslagen die in deze zaak aan de orde zijn. De rechtbank heeft overwogen dat het betoog van [appellante], dat haar immateriële schade groter is en dat de Dienst Toeslagen had moeten afwijken van de forfaitaire bedragen, ertoe strekt dat de Dienst Toeslagen afwijkt van de Wht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken